Mineralenvoorziening melkschapen is maatwerk
Op biologische melkschapenbedrijven zijn koper, selenium en jodium beperkt aanwezig in het rantsoen. Bloedonderzoek wees uit dat de koperwaarde op enkele bedrijven te laag is, calcium op het randje zit en selenium ruimschoots voldoende aanwezig is. In 2009 is de mineralenvoorziening van verschillende categorieën melkschapen op zeven biologische melkschapenbedrijven onderzocht in het bloed en het rantsoen. Het artikel beschrijft de bloeduitslagen en de rantsoendekkingen en motiveert de behoefte voor het ontwikkelen van een melkschapenpremix. Het onderzoek loopt dit jaar door.
Klik hier voor het artikel
|
19-08-2010
|
Honden bedreiging gezondheid schapen
De National Farmers Union in Schotland (NFUS) meldt een toenemend aantal gevallen van sarcocystose, een parasitaire ziekte. Verschijnselen verschillen per soort Sarcocystis en de hoeveelheid opgenomen sporocysten. Vaak ziet men geen verschijnselen. Bij geringe opname kan de parasiet koorts, bloedarmoede en verminderde groei en eetlust veroorzaakt. Enkele symptomen zijn vergelijkbaar met Haemonchose. Bij ernstige infecties komen zwakte en zenuwverschijnselen daarbij en acute sterfte is mogelijk. Bij jonge ooien geeft een ernstige infectie vruchtbaarheidsstoornissen, abortussen en de geboorte van zwakke lammeren. Schapen en andere herkauwers zijn tussengastheren en hond- en katachtigen en mensen zijn eindgastheren. Onderzoek in 1993 onder slachtvee verzameld bij Nederlandse slachterijen wees uit dat 100% van het melkvee, 89% van de oudere schapen en 43% van de lammeren van ca. 10 maanden oud besmet is. De mate waarin deze parasiet in Nederland schade veroorzaakt is onbekend.
De sporocysten in de hondenpoep nemen schapen via eten of drinken op. Weiden, dijken en andere terreinen waar honden worden uitgelaten en drinkwatervoorzieningen waar kauwen gebruik van maken zijn potentiële besmettingsbronnen. Het voorkomen van besmetting van voer en drinkwater doorbreekt de cyclus. Het opruimen van hondenpoep beperkt de risico’s.
Klik hier voor engelstalige artikel
|
19-08-2010
|
Voerstrategie weidelammeren
Het bijvoeren van lammerkorrel tijdens het weideseizoen is vaak te duur voor alle lammeren en
moet gericht zijn op het inkorten van de aanhoudperiode. Dit kan door uitsluitend de lichtste en/of
jongste lammeren beperkt bij te voeren. Met het opstallen van weidelammeren kan wat te
verdienen zijn maar het uitscharen van lammeren na het weideseizoen is economisch vaak de meest interessante voerstrategie. Het voeren van een bijproduct in plaats van lammerkorrel resulteert in lagere voerkosten. De tijdwinst door een hogere groei is een belangrijk voordeel van opstallen en is interessant als verwachte ontwikkelingen (grasaanbod en opbrengstprijzen) aanleiding vormen om de groei te versnellen.
Bij afmesten op stal neemt bij ooilammeren de voerefficiëntie toe met de voerintensiteit. Bij ramlammeren niet. In het onderzoeksrapport staan ook gevoerde hoeveelheden energie (VEVI) en eiwit (DVE) per voerniveau en per geslacht.
Klik hier voor het rapport
|
19-08-2010
|
Met meer management minder myiasis
Een bui bij warm weer! Ideale omstandigheden voor de vliegen. Hou daarom blijvend de infectiedruk laag door preventief te wassen. Tot oktober kunnen 6 tot 7 generaties vliegen gaan vliegen. De vliegen leven ongeveer 1 maand en leggen ca. 2500 eieren in pakketjes van 10-20 stuks. De maden verpoppen op de grond. De beschermingsduur van de beschikbare middelen is vaak al langer dan die levensmaand van de vliegen waardoor ze moeten uitwijken voor succesvolle nestgelegenheid. Dit verlaagt de infectiedruk aanzienlijk. Gewassen lammeren groeien bovendien ongestoord door. Een belangrijk voordeel ten opzichte van het behandelen van individuele ziektegevallen. Aangetaste lammeren doen er aanmerkelijk langer over om (weer) slachtrijp te worden en hebben daardoor een hogere kostprijs qua voer en arbeid.
Stem preventieve wasbeurten met in achtneming van de wachttermijnen af op de verwachte aflevermomenten van de slachtlammeren. Bijvoorbeeld door de resterende lammeren na afleveren van slachtlammeren preventief te wassen met uitzondering van de lammeren die naar verwachting binnen de geldende wachttermijn slachtrijp worden afgeleverd. De wachttermijn is afhankelijk van het middel 40 of 56 dagen.
Myiasis informatieblad
|
29-07-2010
|
Ivermectine resistentie in Nederland
Ivermectine resistentie komt in ons land voor en is waarschijnlijk wijder verspreid dan op de drie recent onderzochte bedrijven. Reden genoeg om nu, in het Haemonchus seizoen, nog maar eens aan te geven hoe resistentie-ontwikkeling is af te remmen. Belangrijkste adviezen zijn: minder vaak en minder dieren ontwormen, waar mogelijk door besmetting ontwijkend te beweiden, aanvoer van dieren minimaliseren, zorgvuldige quarantaine en nooit onder doseren. Uitsluitend bij noodzaak behandelen minimaliseert de selectie op resistente maagdarmwormen en maximaliseert het behoud van de effectiviteit van het gebruikte middel op uw bedrijf. Deze aanpak op basis van de mate van bloedarmoede remt de ontwikkeling van resistente maagdarmwormen af. Jan Verkaik en Fred Borgsteede vertellen hoe.
Klik hier voor het artikel
|
29-07-2010
|
|